BOUWSTOFFEN EN VOEDINGSSTOFFEN
Inleiding
Eiwitten zijn bouwstoffen. Onze honden (en ook katten) hebben ze dus nodig om zichzelf letterlijk te kunnen bouwen.  De weefsels zoals spieren, huid, darmen, maar ook haren,… hebben deze eiwitten nodig.  Het is dan meteen ook duidelijk dat dieren in de groei, sportende honden en zogende teven  andere eiwitbehoeften hebben dan een gewone, volwassen huishond.  Bovendien heeft het lichaam van kleine of grote rassen andere wensen. 

Opneembaarheid
Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. De combinatie van deze aminozuren maakt of een eiwit goed opneembaar is in het lichaam. Eiwitten kunnen een plantaardige of dierlijke oorsprong hebben. 

Het ene is niet beter dan het andere. Maar dierlijke eiwitten kunnen over het algemeen wel beter door het lichaam  van hond en kat worden opgenomen dan plantaardige. Wanneer plantaardige eiwitten voorbehandeld zijn, zijn ze ook voor onze huisdieren beter verteerbaar.   Wanneer je een voeding geeft met meer plantaardige eiwitten, zal je over het algemeen merken dat je hond er wat meer van poept. Dit hoeft echter geen probleem te zijn. Het betekent alleen dat er wat minder van opgenomen is in het lichaam en dat hij er dus mogelijk wat meer van zal moeten eten.  In het % eiwitten in de analyse op je zak zijn zowel de dierlijke als plantaardige eiwitten opgenomen. 

Oorsprong van de eiwitten
Denk ook eens na over de oorsprong van je eiwitten. Doorgetrokken, telt dit ook voor de andere ingrediënten van je voeding. Zijn je dierlijke eiwitten van biologische oorsprong, dan bevatten ze alvast geen antibiotica en groeihormoon. Bovendien hebben biologische slachtdieren een ruimere leefruimte gehad met vrije uitloop, een ander soort voeding  en hebben ze langer mogen leven waardoor de kwaliteit van deze eiwitten hoger ligt. 




Hoeveel eiwitten heeft je hond nodig?
De richtlijnen voor % eiwitten in voeding zijn heel algemeen.  Fediaf (het controle orgaan voor diervoeding) spreekt van een minimum van 18% eiwitten in  droge materie.  Zij geven  geen maximum aan, maar algemeen wordt aangenomen dat het eiwitgehalte zeker niet boven de 40% mag gaan. Ruime marges dus!

Hoeveel jouw hond best aan eiwitten binnen krijgt, hangt van veel factoren af. Is het nog een pup, heel actief, een hond op leeftijd, …. zijn allemaal zaken die je moet overwegen om te bepalen hoeveel eiwitten jouw hond nodig heeft. 
Een eenvoudige formule leert hoe je het % op je zak kan omrekenen naar droge stof om te zien of jouw voeding binnen deze richtlijnen valt. We gaan dus uit van droge materie. De hoeveelheid droge stof in jouw voeding kan je berekenen door al de vaste stoffen op te tellen. Deze vind je op de zak bij de analytische bestanddelen.

  1. Om de droge stof te berekenen tel je deze allemaal op. % eiwit + % vet + % ruwe celstof + % ruwe as + % koolhydraten
  2. Worden de koolhydraten niet vermeld op de zak, dan neem je 90% droge stof voor krokante of geperste brok en 35% droge stof bij natvoer en rauw vlees
Formule voor de berekening wordt dan: % eiwit / % droge stof x 100.
Vb.: bevat jouw brokvoeding 25% eiwitten en bedraagt de droge stof 90%, dan geeft dat volgende berekening:
25 gedeeld door 90, vermenigvuldigt met 100 met als resultaat afgerond op 27.8

Wens je dat ik deze berekening voor je maak, neem dan zeker contact op.

Welke eiwitten zijn nu het best opneembaar?
Zoals gezegd is het ene eiwit het andere niet. Sommige eiwitten zijn zo samengesteld dat ze door het lichaam van de hond beter kunnen opgenomen worden. Volgens onderzoek is  het wit van een ei één van de best opneembare eiwitten voor de hond, zo niet het beste.  En we vervolledigen het lijstje van goed opneembaar met rundsvlees, vis, kip, sojabonen, rijst,….

Tot slot

MAAR voeding zou geen voeding zijn als het allemaal zo simpel was. Het lichaam kan eiwitten immers ook aanwenden  als brandstof, dus om energie te leveren. Normaal zorgen vooral vetten en koolhydraten daarvoor. Maar als die er te weinig zijn, zal het lichaam de eiwitten gaan gebruiken als brandstof, waardoor er een tekort aan bouwstof kan ontstaan.
 
Bovendien zijn eiwitten de duurste grondstof in een voeding. Zeker als ze van kwalitatieve oorsprong zijn. Het is dan ook belangrijk om deze zo efficiënt mogelijk aan te wenden.  Een te hoog % eiwitten is dan ook geen must. Teveel eiwitten zorgen er immers voor dat een deel niet als bouwstof maar als brandstof zal gebruikt worden. En laat dat nu heel inefficiënt zijn voor het lichaam, waardoor er veel van deze kostbare grondstof verloren gaat.  

Kortom: onze honden hebben een redelijke eiwitbehoefte, maar de omstandigheden en de oorsprong van de eiwitten bepalen hoe hoog deze behoefte is.
​​​​​​​